Betekenis van de landschappen op de landkaart poster

Landkaart met nummers landschappen

De landschappen op de poster hebben elk een betekenis, die te maken heeft met de stemming die ze oproepen. Hieronder wordt dit met voorbeelden verduidelijkt. De beschrijvingen van de landschappen dienen ter illustratie. Je kunt ze gebruiken wanneer jouw associaties overeen komen met de beschrijvingen. Het kan natuurlijk ook zijn dat bepaalde landschappen een heel ander beeld of heel andere gevoelens bij je oproepen. Ga in dat geval gewoon uit van je eigen associaties met de landschappen.

  1. Dichtbegroeid dennenbos: duister en ondoorzichtig bos. Je kunt er makkelijk in verdwalen. Je ziet niet waar je heen gaat en je weet niet wat je aan narigheid of moeilijkheid te wachten staat. Door al die bomen zie je het bos niet meer.
  2. IJs met wak: je kunt op het gladde ijs uitglijden en lelijk vallen. In het ijs kunnen wakken zitten. Het vraagt om voortdurende alertheid en kan je een ijskoud bad opleveren.
  3. Hoge kliffen: dreigend gevaar. Je ziet grote problemen en risico’s op je afkomen.
  4. Stormachtige zee: de zee is groots en onberekenbaar. Bij storm ontdek je de enorme krachten van de wind en de golven. Dat laat je beseffen hoe klein en kwetsbaar je als mens bent.
  5. Harde wind: geen mogelijkheid om stil te staan, je wordt meegesleept door de gebeurtenissen en veranderingen.
  6. Moeras met drijfzand: Je weet niet waar de grond onder je voeten stevig is en waar je wegzakt. Je wordt geplaagd door muskieten en stinkende moerasdampen.
  7. Regenlandschap: somber, grauw, verdrietig, rillerig, kil. Zo voelt het wanneer het vaak en langdurig regent.
  8. Mistgebied: in de mist kun je weinig zien. Alles is er wazig en onduidelijk en loopt door elkaar. Je weet niet welke kant je op moet.
  9. Grot: hier kun je je veilig in terugtrekken. De grot staat voor een moment waarop je alleen wilt zijn en even helemaal door niemand gezien wil worden. De grot kan ook staan voor reflectie en bezinning.
  10. Pad bergopwaarts: het pad symboliseert een ontwikkeling in je leven, een groeipad. Je kunt een punt kiezen waar je je nu bevindt, ergens tussen het begin bij het meer en boven aan de top.
  11. Verborgen meer met bron: staat voor het ontluiken van potentieel, voor nieuwe inspiratie of opborrelend inzicht. Er ontstaat iets nieuws of er staat een verandering aan te komen.
  12. Glooiende, groene heuvels: heuvels en dalen staan voor een patroon van afwisseling tussen op en af, plus en min. Ze staan voor een ‘normaal’ wisselend bestaan.
  13. Weiland met bloemen: je voelt je hier lekker op je plek. Spontaan, plezierig, je voelt je levendig en vrolijk. Alles is precies goed en je bent er blij mee.
  14. Hete, onbewoonbare woestijn: het is er dor en er groeit nauwelijks iets. Het leven in de woestijn is moeilijk. Moet je er toch doorheen, dan is dat een barre tocht.
  15. Open, oningevulde vlakte: je hebt veel vragen en geen idee van wat er gaat gebeuren, maar je staat daar open en neutraal tegenover: je weet het gewoon (nog) niet.
  16. Palmenstrand: comfortabel strand, welzijn en tevredenheid. Een bijzondere en luxe ervaring waarin je jezelf volmaakt tevreden voelt. Het went nooit, zo aangenaam is het.
  17. Kalme zee: genieten van een wijds uitzicht, dat rust brengt; op een rustige zee is het heerlijk dobberen of sportief zeilen.

 

Comments are closed.